Op welke symptomen moet je letten?

De eerste klachten duiken doorgaans pas op, nadat een niersteen de nier verlaten heeft en in de urineweg belandt.

  • Pijn: Dit is het meest frequente symptoom bij nierstenen. Dat kan variëren van lichte last tot heel hevige, intense pijnopstoten (nierkolieken). De pijn verloopt in golven, met pieken die meestal 20 tot 60 minuten aanhouden. Soms kan het leed zo fel zijn, dat een ziekenhuisopname nodig is. De pijn is te wijten aan wat zich afspeelt in de urineweg. Als de niersteen zich in het smalle bovenste deel van de urineweg (ureter) heeft vastgezet, zal de urineweg hierop reageren door samen te trekken. Die spastische beweging geeft pijnprikkels. Je zal de pijn ook gewaarworden precies langs de kant waar de niersteen zich bevindt. Als de steen zich stilaan gaat verplaatsen, schuift ook het pijngevoel mee op. Afhankelijk van de plaats, kan je dus pijn voelen in de flanken (tussen ribben en heup), de onderbuik of de schaamstreek (bij vrouwen) en testikels. Wanneer de niersteen zakt, kan die ook de blaas gaan irriteren. Dat kan je het gevoel geven dat je continu moet plassen.
  • Bloed in de urine: Dit symptoom is bijna altijd aanwezig maar vaak niet zichtbaar. Het kan gaan om kleine hoeveelheden die alleen onder de microscoop waargenomen worden.
  • Gruis: Het uitplassen van kleine nierstenen of gruis komt veel voor. Deze kleinere stenen kunnen ook een acute verstopping geven van de urinewegen.
  • Koorts, braken, plaspijn: Heel wat mensen met nierstenen krijgen af te rekenen met deze meer algemene klachten. Ook pijn bij het plassen of een overdreven plasdrang is een mogelijk symptoom. Soms kan dit wijzen op een bijkomende infectie of een bloedvergiftiging. In zo'n gevallen is het altijd nodig om meteen een arts te raadplegen.
  • Zonder symptomen: Het is niet uitzonderlijk dat je nierstenen hebt zonder dat je er ook maar iets van merkt. Meestal komen deze nierstenen toevallig aan het licht, bijvoorbeeld bij een radiografie van de onderbuik. Zolang er geen klachten zijn, is er meestal ook geen reden om in te grijpen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Heb je last van één of meerdere van deze symptomen, dan zal de dokter nagaan of het om nierstenen gaat. Dat gebeurt aan de hand van een uitgebreid vraaggesprek, waarbij onder meer gepolst wordt naar nierstenen bij directe familieleden, andere medische aandoeningen enz.

Bij vermoeden van nierstenen, volgt een bloed- en een urineonderzoek. Patiënten krijgen ook de raad mee om te plassen boven een zeef. Op die manier kunnen uitgeplaste nierstenen of gruis opgevangen worden en kan bepaald worden om welk type niersteen het gaat. Dat is belangrijk om voedingsadviezen en medicatie beter af te stemmen.

Daarnaast volgt een radiologisch onderzoek om uit te zien waar de nierstenen zich precies bevinden. En om eventueel uit te sluiten dat er geen oorzaken in het spel zijn. Vandaag gebeurt dat meestal via een CT-scan.

Welke behandelingen zijn mogelijk?

In een eerste acute fase waarbij de nierstenen hevige pijn veroorzaken, is de behandeling voor iedereen hetzelfde. Pijnmedicatie in combinatie met het drinken van veel water om het uitplassen van de niersteen te vergemakkelijken. Als de niersteen klein genoeg is ( < 7mm) kan hij meestal wel worden uitgeplast. Eens dat is gebeurd, volgt een radiologisch onderzoek om na te gaan dat er geen restanten zijn achtergebleven.

  • Niersteenverbrijzeling is een techniek die vooral wordt ingezet tegen nierstenen die vastzitten in het bovenste deel van de urineweg. Eerst bepaalt de arts aan de hand van X-stralen of geluidsgolven waar de steen zich exact ophoudt. Vervolgens stuurt de niersteenverbrijzelaar een soort schokgolf naar de steen, zodat die in kleinere fragmenten uit elkaar valt. Die kunnen dan via de urineweg worden uitgeplast.
  • Percutane nefrolithotomie. Extreem grote, harde of complexe stenen laten zich door de niersteenverbrijzelaar moeilijker ontmantelen. In deze gevallen gaat de voorkeur naar een techniek waarbij een kleine buis door de huid van de rug tot in de nier wordt gebracht om daar de steen te benaderen.
  • Een laatste alternatief is de ureteroscopie. Daarbij brengt de dokter een klein telescopisch instrument in de urineweg in om zo de steen te benaderen.

Hoe kan je nieuwe nierstenen voorkomen?

Wie ooit nierstenen had, kan ook zelf wat doen om de kans op herhaling te verkleinen. Dat vergt enkele aanpassingen aan de levensstijl.

Voldoende drinken

Een dagelijkse urineproductie van 2 liter beperkt de kans op nieuwe niersteenvorming. Om dat te realiseren, moet je 2,5 à 3 liter per dag drinken. Deze vochtinname moet goed gespreid worden over de hele dag en ook 's nachts. Dit pak je best aan via een schema. Geef de voorkeur aan water (plat of bruisend) en beperk frisdranken.

Pas je voeding aan

  • Beperk de inname van dierlijke eiwitten zoals vlees, gevogelte, eieren, melk(producten)
  • Zorg voor een voldoende inname van calcium
  • Matig met zout
  • Gebruik voldoende groenten en fruit
  • Afhankelijk van het soort niersteen, kan ook een voedingsadvies op maat worden gegeven:
  • Bij urinezuurstenen staan zeer purinerijke voedingsmiddelen (zoals ansjovis, garnalen, sardines, makreel, haring en orgaanvlees) op de zwarte lijst.
  • Bij calciumoxalaatstenen beperk je best de consumptie van chocolade, spinazie, rabarber, bieten, sterke thee en tarwezemelen.

Medicatie

Voor sommige patiënten kan ook medicatie nodig zijn om herval te voorkomen. De arts zal nagaan of dit in jouw geval aangewezen is.