Vooraf. Een goede voorbereiding is alles! Ga na of je kat de nodige vaccinaties kreeg en of die voldoen aan de wetgeving op je vakantiebestemming. Zorg voor een transportbox die ruim genoeg is. Ben je niet helemaal zeker of je kat bestand is tegen reisziekte, neem daar dan medicatie voor mee.

Vergeet ook niet je kat haar favoriete kussentje, haar vertrouwde voer- en drinkbakje, haar kattenbak met de gebruikelijke vulling en enkele van haar favoriete speeltjes mee te nemen. Zo herkent ze haar eigen spullen en geur, dat werkt kalmerend. En vergeet vooral haar paspoort niet! Daar kan men aan de douane naar vragen.

Met de auto. Zet de transportbox op een stabiele plek, in de schaduw. Laat je kat tijdens tussenstops bij voorkeur in de box. Die kan je wel even uit de auto halen, zodat je hartendief frisse lucht krijgt. Of je kan de ramen van je auto opendraaien. Is je kat een leiband gewend, dan kan je haar wel wat buiten laten rondwandelen. Vergeet ook niet om haar geregeld te drinken te geven.

Als je kat veel miauwt tijdens de autorit, stel haar dan niet gerust tijdens het miauwen, maar enkel wanneer ze ermee ophoudt. Zo voorkom je dat je kat meer en meer van zich laat horen om je aandacht op te eisen.

Met het vliegtuig. Een vliegtuigreis kan heel stresserend zijn voor dieren. Vooral katten zijn daar uiterst gevoelig voor. Je kat meenemen op een vliegvakantie overweeg je dus best enkel in geval van nood. Vraag de luchtvaartmaatschappij welke voorzorgen je moet nemen en of je kat mee in de cabine mag, dan wel in het laadruim moet. Vraag je dierenarts ook om een licht kalmeringsmiddel, eventueel op basis van planten.

Met de trein. De trein blijft voor een dier doorgaans het meest aangename en minst stresserende transportmiddel. Bovendien kan je je kat dan dicht bij jou houden, aan je voeten of naast je op de bank als daar ruimte voor is. Vergeet wel geen extra kaartje te kopen voor je kat. Die reist namelijk niet gratis!