Elke vier jaar onderzoekt adviesverlener Aon de aanvullende pensioenplannen (groepsverzekeringen en pensioenfondsen) van 300.000 Belgische werknemers bij 210 bedrijven in 13 sectoren. Uit de Pension Survey 2018 blijkt dat een Belgische werknemer met een gemiddeld loon per maand zo'n € 188 spaart via een aanvullend pensioenplan van de werkgever, meestal via een groepsverzekering. Dat aanvullend pensioen levert aan het einde van de carrière gemiddeld € 130.000 op of € 326 extra pensioen per maand.

Er blijken wel grote verschillen te zijn tussen de statuten van arbeiders, bedienden en kaderpersoneel (ten laatste vanaf 1 januari 2025 moet het eenheidsstatuut ingevoerd zijn op het vlak van de groepsverzekeringen); Verder zijn er ook grote verschillen tussen de sectoren. De bank- en verzekeringssector biedt de voordeligste pensioenplannen. De metaalsector zit onderaan, samen met de sector distributie & logistiek.

Bewustwording

Per jaar dragen werkgevers gemiddeld € 2260 bij aan het aanvullend pensioen van hun werknemers. Werknemers dragen zelf gemiddeld € 381 per jaar bij. Het aanvullend pensioen levert aan het einde van de carrière gemiddeld 2,5 keer het laatste jaarsalaris op (gemiddeld bruto maandloon van € 4.072 voor een bediende van 64 jaar). Het gaat daarbij toch om een niet onaanzienlijke bijdrage van de werkgevers. Nochtans wijst Aon erop dat "het besef dat een tweede pijler een cruciaal onderdeel is van het loonpakket , nog niet is doorgedrongen bij de Belgische werknemer. Uit onderzoek blijkt dat slechts 9% van de loontrekkenden begrijpt hoe hun loonpakket juist is samengesteld, en wat de voordelen van een aanvullend pensioen zijn. Wie geen pensioenplan heeft, zal zijn levensstandaard fors zien dalen vanaf het pensioen.(...) Het gemiddeld werknemerspensioen bedraagt slechts 71% van het laatste nettoloon. Voor een kaderlid daalt dit tot 52%."

Geen luxe

Vandaag is een aanvullend pensioen dan ook geen luxe meer, maar een noodzakelijke aanvulling om de levensstandaard op peil te houden en een waardig inkomen te hebben. Het Belgisch pensioen behoort immers tot de laagste van Europa. En het aanvullend pensioen is ook fiscaal interessant.

Onder druk

Het systeem van de aanvullende pensioenen staat momenteel onder druk en dat heeft alles te maken met de lage rente op de financiële markten. De studie van Aon wijst erop dat 82 % van de pensioenplannen gefinancierd wordt via Tak 21 aan een gewaarborgde interestvoet. Op dit moment bieden de meeste Tak 21 plannen slechts een gewaarborgde interest van 0,25%. Colette de Dessus les Moustier (Aon) preciseert : "Rekening houdend met een gemiddelde inflatie van 2% per jaar verliezen werknemers dus geld met deze plannen. Om een hoger rendement te bereiken, bekijken bedrijven alternatieven zoals 'Tak 23' (groepsverzekeringen zonder gegarandeerde interestvoet door de verzekeraar) of pensioenfondsen. Deze financiering houdt meer risico in, maar heeft een groter rendement."

Conclusie? Werkgevers en werknemers zullen meer risico moeten nemen om een mooi rendement te krijgen.