Hepatitis C is een infectieziekte die vooral de lever aantast. Doordat klachten zich doorgaans pas gestaag manifesteren, weten veel mensen niet dat ze drager zijn. Op dit moment zijn naar schatting 70.000 Belgen drager van het virus, waarvan ongeveer de helft zich daar niet van bewust is.

Sinds januari 2015 worden geneesmiddelen tegen hepatitis C in ons land terugbetaald voor patiënten bij wie de ziekte zich in een gevorderd stadium bevindt. "Door de strijd met het virus vroeger aan te gaan, kunnen we vermijden dat de ziekte chronisch wordt en dat patiënten permanente leverschade oplopen", legt Maggie De Block uit. "Een vroege diagnose is daarbij cruciaal: hoe sneller de ziekte wordt vastgesteld, hoe sneller we de behandeling kunnen opstarten en hoe beter de kansen op genezing. Je op tijd laten testen is dan ook de boodschap."

1.000 extra patiënten

Dit jaar krijgen 1.100 patiënten de medicatie tegen hepatitis C terugbetaald. Dankzij de uitbreiding van de terugbetaling zullen daar in 2019 zowat 1.000 patiënten bij komen, schat het Riziv. De behandeling duurt doorgaans ongeveer drie maanden. De eerste meting naar de afwezigheid van virus gebeurt drie maanden na het stoppen van de antivirale behandeling. Na twaalf maanden volgt een definitieve test om te zien of het virus weg is.

Prof. dr. Peter Michielsen (UZ Antwerpen), specialist in de hepatologie, is erg tevreden met de maatregel: "Hepatitis C is goed te behandelen, op voorwaarde dat je op tijd start met de behandeling. Doe je dat niet, dan wordt de ziekte bij ruim drie op de vier patiënten chronisch. Bij sommigen van hen verergert ze zelfs en veroorzaakt ze langzaamaan onherroepelijke schade aan de lever."