Ook in 2018 legde een werknemer gemiddeld 19 km af tussen zijn woonplaats en zijn job. Hoewel dit een afstand is die je eigenlijk met de (elektrische) fiets zou kunnen afleggen, kiezen we nog massaal voor de wagen om ons naar ons werk te verplaatsen. Dat is alvast één van de vaststellingen uit de Mobiliteitsbarometer, het onderzoek waarmee Acerta voor de vierde keer naar de tendensen in het woon-werkverkeer peilde. 65% van de ondervraagden rijdt met de auto naar het werk. Dat is veel, maar er valt toch een daling met 2,5% te noteren in vergelijking met 2017. 11,88% combineert de wagen met een ander vervoermiddel. Dat is het vaakst de fiets.

Bedrijfswagens

De populariteit van de auto houdt natuurlijk ook verband met de populariteit van de bedrijfswagen. In 2017 reed 19,5 % van de bedienden met een wagen van het werk naar het werk, in 2018 was dat 19,6 %. Dirk Wijns, Director ACERTA Consult: "De vorige jaren was er een duidelijke toename van het aantal bedrijfswagens. De stagnering van het aantal bedrijfswagens is dus wel degelijk nieuws. We zien 2 mogelijke verklaringen. De gunstige economische conjunctuur heeft geleid tot een belangrijke groei in de tewerkstelling. Deze groei doet zich in belangrijke mate ook voor bij bedienden die traditioneel eerder uitvoerende taken op zich nemen en niet in aanmerking komen voor een firmawagen. Anderzijds staan meer nieuw aangeworvenen kritischer tegenover de firmawagen dan hun voorgangers. De firmawagen is niet noodzakelijk meer hét te bekomen voordeel in een "onderhandeling" over loon- en arbeidsvoorwaarden. Belangrijker voor een werknemer is bijvoorbeeld dat de werkgever aan de werknemer aanbiedt om zelf een invulling te geven aan een deel van zijn verloning in functie van zijn of haar specifieke behoeften en dan is mobiliteit hiervan een onderdeel. We zijn ervan overtuigd dat werknemers die potentieel in aanmerking komen voor een firmawagen, als het wetsontwerp inzake mobiliteitsbudget goedgekeurd zal worden in het parlement, vragende partij zullen zijn bij hun werkgever om dit omgezet te krijgen in een mobiliteitsbudget waarmee ze dan zelf hun mobiliteit kunnen organiseren op de manier die het best aan hun behoefte beantwoordt. En dat zal dan dikwijls een keuze zijn voor een kleinere en CO2-vriendelijkere wagen in combinatie met de fiets, het openbaar vervoer of deelsystemen".

Trein-tram-bus

En het openbaar vervoer? Dat telde in 2018 8% regelmatige gebruikers, tegenover 7,42% in 2017. Voor 6,28 % van de werknemers is dat zelfs het enige vervoersmiddel dat ze gebruiken voor hun verplaatsing naar het werk.