Het decreet is een grondige actualisering van het Woonzorgdecreet van 2009. Het legt de doelstellingen, de werkingsprincipes en de opdrachten vast voor de woon-zorgvoorzieningen en de verenigingen voor mantelzorgers. Het decreet is vervlochten met het decreet Vlaamse sociale bescherming en het nog goed te keuren decreet eerstelijnszorg. Het heeft betrekking op de lokale dienstencentra, de diensten voor gezinszorg, de diensten voor oppashulp, de diensten voor thuisverpleging, de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds, de diensten voor gastopvang, de centra voor dagverzorging, kortverblijf en herstelverblijf, de groepen van assistentiewoningen en de woon-zorgcentra en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers.

Erkenning is nodig

Een ingrijpende wijziging in het goedgekeurde decreet is de schrapping van de mogelijkheid van initiatiefnemers om een woonzorginitiatief enkel aan te melden bij de overheid, zonder zich te laten erkennen. Op deze manier dienden zij niet te beantwoorden aan de erkenningsvoorwaarden en ontsnapten zij aan toezicht, handhaving en prijscontrole van de overheid. Voornamelijk bij de assistentiewoningen en de centra voor herstelverblijf heeft dit aanleiding gegeven tot verwarring en ongenoegen bij gebruikers die minder kregen dan wat hen beloofd leek. De huidige aangemelde voorzieningen krijgen de nodige tijd om zich aan te passen aan de erkenningsnormen. Wie blijft uitbaten zonder erkenning, kan zich verwachten aan financiële sancties. Waar nodig kan dit leiden tot een gedwongen sluiting. Door de verplichte erkenning krijgen de gebruikers, maar ook de investeerders de garantie dat een erkend initiatief beantwoordt aan de vooropgestelde kwaliteitseisen op vlak van zorg, veiligheid en infrastructuur.

De naam is belangrijk

Alleen erkende voorzieningen zullen de naamgeving zoals opgenomen in het decreet mogen gebruiken. Zo weten gebruikers precies welke kwaliteit ze mogen verwachten van bijvoorbeeld een 'assistentiewoning', een 'dienst voor gezinszorg' of een 'woon-zorgcentrum'. In het decreet staat dat voortaan enkel erkende groepen van assistentiewoningen nog de naam 'assistentiewoningen' mogen gebruiken. De bescherming van de naam moet het makkelijker maken voor de gebruiker om te beoordelen aan welke kwaliteitseisen het zorgaanbod voldoet. Een assistentiewoning is per definitie erkend en voldoet dus aan de bijhorende erkennings- (kwaliteits-)normen.

Woonzorglijn

Heb je een klacht over je assistentiewoning (je wordt bijvoorbeeld verplicht om bepaalde diensten af te nemen), je woon-zorgcentrum, je centrum voor dagverzorging, enz.? Wil je een vraag stellen over je rechten en plichten als bewoner (bijvoorbeeld over de waarborg, de opname-overeenkomst, de dagprijs,...)?

Dan kan je terecht op de Woonzorglijn: 02 553 75 00. Meer informatie vind je ook op www.zorg-en-gezondheid.be